Flower

Kinderen moeten naar school kunnen

Door onze correspondente Marie-Louise Klomp

Op vakantie naar Afrika is al lang niet meer bijzonder. Maar naar Afrika vertrekken om daar samen met de dorpsbewoners een school te bouwen, is op zijn minst niet echt alledaags te noemen. Inge Mommers en haar man Marcel zijn net terug uit het dorpje Fajikunda in Gambia. De twee Astenaren hebben midden in de sloppenwijken een oude, vervallen compound omgebouwd tot school.  

Kinderen, daar draait het bij mij eigenlijk altijd om. Dat had ik al bij de acties voor Joegoslavië legt Inge Mommers uit. Kinderen moeten gewoon zorgeloos en gezond kunnen opgroeien. Ze moeten genoeg te eten krijgen en ze moeten naar school om later een toekomst op te kunnen bouwen. Daar zet ik me steeds opnieuw voor in. 

In de sloppenwijken van Fajikunda waan je je volgens Inge Mommers in de middeleeuwen. “De mensen hebben er helemaal niets. Vaak wonen ze onder wat golfplaten. Of met complete families van twintig personen of meer in een compound: wat gammele muurtjes met een dak erboven. Het eten voor de kinderen bestaat uit een handjevol rijst. Er is geen riolering en het afval wordt gewoon op straat gedumpt.” Uiteindelijk heeft een vluchteling uit Sierra Leone zich om de jeugd bekommerd, vervolgt Inge Mommers. Hij begon ze les te geven op het dorpspleintje. Maar in de zomer is het buiten wel 45 graden en tijdens de regentijd regent het vier maanden aan een stuk. Toen wij dat hoorden, heb ik eerst mijn vader vooruitgestruurd om poolshoogte te nemen. We willen graag helpen, maar dan moet het ook realiseerbaar zijn. We wisten ongeveer hoeveel geld ervoor nodig was om te kunnen bouwen en dat hebben we van een anonieme sponsor bij elkaar gekregen.” De bouwmaterialen werden door Inge en haar man ter plekke ingekocht en met een gammel vrachtwagentje naar de plaats van bestemming gebracht. “De ouders zetten hun schouders eronder en nu zitten de kinderen koel en droog binnen, zodat de lessen altijd door kunnen gaan. We hebben een toilet gemaakt en een grote prullenbak bij de school neergezet. Zo hopen we de kinderen en hun ouders wat hygiëne bij te brengen, zodat ziektes voorkomen kunnen worden. Voor Edward, de leraar hebben we een bureau gekocht en een bed met een matras, kussens, lakens en slopen. Een weelde die niemand daar kent. De mensen zijn er echt straatarm. Als je er net als wij, een tijdje tussen leeft, komen de verhalen pas los. En die zijn niet fraai. De mensen worden compleet uitgebuit door de rijken, die ze veel te lang laten werken voor een hongerloontje van nog geen dertig gulden per maand. Dat is maar net genoeg om rijst of meel van te kopen.

 Weer thuis laat Mommers tekeningen zien die de Afrikaanse kinderen gemaakt hebben voor de kinderen van hier. Ik heb inmiddels enkele scholen in Asten en Helmond benaderd. Die kunnen dan op de tekeningen reageren en zo kennis maken met de makers ervan. Binnenkort wordt er ook een rekening geopend, want wij hebben daar nog maar een begin gemaakt. Volgend jaar willen we graag terug om een aula aan de school te bouwen, zodat het een echte ontmoetingsruimte wordt voor de dorpsbewoners.”

terug