Flower

Deze vrouwen hebben geen tranen meer

Jaar 1999

Astense vangt hulpverleners op in Tuzla 

Asten. Met een hoofd vol gruwelijke verhalen en een bomvol dagboek is Inge Mommers uit Asten terug bij haar gezin.

Twee weken lang heeft ze in Tuzla (Bosnië) hulpverleners ondersteund en opgevangen, die al vijf jaar lang werken in een opvanghuis voor Bosnische en Kosovaarse vrouwelijke vluchtelingen en hun kinderen. Mommers deed dat samen met enkele artsen/homeopaten, verenigd in een stichting Homeopaten zonder grenzen (HZG) en de stichting Motherhood. Zelf is ze Reikimaster en verricht ze onder meer healings. Al bladerend door de tekeningen die de kinderen haar hebben gegeven, borrelen de verhalen naar boven. Mommers: Ëen van de meest trieste verhalen is wel dat van Safevata, een jonge moslimvrouw van nog geen dertig jaar oud, die poetsvrouw is in het opvanghuis. Zij werd tijdens de oorlog door Serviërs meegenomen naar een huis waar de vrouwen dag in dag uit werden verkracht. Zodra de vrouwen zo’n zes maanden zwanger waren, werden ze de bossen ingejaagd waar ze zichzelf maar in leven moesten zien te houden en hun kind moesten baren. Safevata’s kindje is nu zo’n vier jaar oud en zit in een weeshuis, waar ze het trouw op gaat zoeken. Omdat ze verkracht is wil haar familie niets meer met haar te maken hebben, dus staat ze er helemaal alleen voor.  En toch zie je haar na haar werk in het opvanghuis druk in de weer met zakken cement en stenen, want ze wil een huis bouwen voor haar en haar kindje”.

Inge zucht diep en slikt haar tranen weg. “In Tuzla ben ik diverse keren naar mijn kamer gegaan om even te huilen als het me allemaal teveel werd. Voor de vrouwen in het opvanghuis hoeft dat niet meer, die hebben allang geen tranen meer. Emotieloos vertellen ze hun verhalen zonder ook maar enige uitdrukking op hun gezicht. Ze gaan door voor hun kinderen en leven in een soort roes. Ze overleven, maar leven niet echt.” De vrouwen zijn volgens de Astense allemaal hun man kwijtgeraakt. “Sommigen hebben hem zelfs met eigen ogen zien neerschieten, anderen weten nog steeds niet zeker wat er met hun man is gebeurd. Tienduizend mannen zijn nog steeds zoek en hoewel de vrouwen wel beter weten, blijft er toch nog altijd dat kleine sprankje hoop. Tijdens mijn verblijf daar kwamen, verpakt in zakken, tweeduizend lijken in verre staat van ontbinding aan die de vrouwen moesten identificeren.”

Angst.

Volgens Astense krijgen de vrouwen pas een kleine uitkering als ze kunnen bewijzen dat hun man is overleden. Zolang dat niet het geval is moeten ze zelf rond zien te komen. Er is daar vrede, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Tachtig procent van de mensen is werkeloos en degenen die wèl werk hebben, worden vaak niet uitbetaald. Maar de angst om hun baan te verliezen blijft, omdat ze dan hun enige houvast ook nog kwijtraken”. Dat de corruptie er hoogtij viert vindt Mommers vreselijk. Zieke mensen krijgen pas een plaatsje in het ziekenhuis als ze de arts extra geld toestoppen. Die artsen voelen zich opeens veel belangrijker dan de ‘gewone’mensen. Een van de hulpverlenende artsen in het opvanghuis had daar ook last van en eiste met voorrang behandeld te worden. Maar dan zijn ze bij mij aan het verkeerde adres en die heb ik gewoon helemaal niet meer geholpen.” Tijdens de healingen en voetreflexmassages zag ze rare wratten en moedervlekken op de lichamen van de hulpverleners en vluchtelingen. “Bovendien merkte ik dat de meesten last hadden van hun nieren en hun lever. En als dan ook nog eens het drinkwater sterk naar chloor ruikt, denk je toch al gauw aan besmet water. Maar zeggen dat ze het niet meer mogen drinken heeft geen nut, want ze hebben geen geld om mineraalwater te kopen.” Toch zag ze niet alleen ellende om zich heen. Er rijden weer bussen – oude Nederlandse stadsbussen uit Goes, het huisvuil wordt weer opgehaald en er worden weer schooltjes gebouwd. En ook de tekeningen die de kinderen voor mij maakten zijn kleurrijk en hebben iets vrolijks over zich. Maar het mooiste van al was de hulp van Ina Rahmanovic, een Nederlandse getrouwd met een Bosniër. Onvermoeibaar heeft ze voor ons als tolk opgetreden. Met haar durfde ik het ook aan om voor het hele hulpverleningsteam en de vrouwen van het opvanghuis een lezing te houden over de kracht in jezelf. Terwijl Ina vertaalde, maakte ik de vrouwen duidelijk dat ze door moesten gaan met hun leven en niet in het verleden moesten blijven hangen. Ondanks al hun ellende begrepen ze wat ik bedoelde en al heel gauw raakten we met z’n allen in een soort gesprek gewikkeld. 

Belofte

Weer terug in Nederland is Mommers vast van plan om de mensen daar hulp te gaan bieden. Op welke manier weet ik nog niet, daar ga ik eerst nog rustig over denken. Mijn belofte om Safevarta maandelijks financieel te steunen kom ik in ieder geval na. Maar er is nog zoveel meer te doen. Vanuit het hulpverleningsteam is financiële steun gevraagd voor een familie van zo’n 8 à 9 mensen die met zijn allen in een kamertje van vier bij vijf meter wonen. Tentenkampen zijn er niet meer, daarvoor in de plaats zijn er nu huizen gebouwd waar 15 à 20 mensen op elkaar gepakt zitten. Inmiddels staat de winter voor de deur en er is geen gas. Overal zie je bedelaars en zwervers en de kindertehuizen zitten overvol. Bovendien is er een grote behoefte aan opvang voor achtienjarigen, omdat die vanwege hun leeftijd het weeshuis uit moeten. Het wordt dus echt hoog tijd dat we met zijn allen iets gaan doen. Om de schrijnende situatie in Bosnië bij zoveel mogelijk mensen onder de aandacht te brengen gaat Inge Mommers onder meer lezingen houden over haar ervaringen. Bovendien praat ze over het zorgcentrum met ruimtes voor een dokter- en fysiotherapiepraktijk, creches, meditatieruimte enz., dat de vrouwen in Tuzla willen oprichten op de plek waar 71 jongeren omkwamen toen er tijdens een jongerendag een granaat ontplofte.

terug